De voeding van onze parkieten - Belangrijke voedingsstoffen E-mail
Onderwerp index
De voeding van onze parkieten
Belangrijke voedingsstoffen
ngredienten van de basis zaadmengsels
Basis zaadmengels voor onze parkieten
Aanvullingen op de basis zaadmengsels
Uit de natuur
Voelding die we niet aan onze parkieten moeten geven
Alternatieven
Bronvermelding
Alle pagina·s


BELANGRIJKE VOEDINGSSTOFFEN

 

Wie kent het liedje niet 'Vezels, vitmanen, mineralen .......' en wie kent niet de 'Schijf van vijf'. Wat voor ons geldt, geldt ook voor onze parkieten. Een gebalanceerd en gevarieerd menu is van groot belang voor een goede gezondheid en conditie van onze parkieten. Misschien is het niet teveel gezegd, als we beweren dat negentig procent van de ziekten van onze vogels veroorzaakt worden door gebreken in de voeding. Want niet alleen kan een verkeerde voeding leiden tot typische gebreksziekten, ze veroorzaakt ook een verzwakking van de lichamelijke toestand die de weg effent voor vele andere ziekten. Het komt maar zelden voor, dat volièrevogels te weinig voedsel krijgen. Maar toch kunnen in de voeding de stoffen ontbreken die de vogel voor zijn gezondheid absoluut nodig heeft.

Die noodzakelijke stoffen kent iedereen, het zijn:

- Koolhydraten
- Eiwitten
- Vetten
- Mineralen
- Vitaminen
- Water

 

Deze stoffen vinden we in alle soorten voedsel, maar we treffen niet al deze stoffen in alle soorten voedsel aan en ook de hoeveelheden verschillen. Er is praktisch geen enkele voedingsstof aan te wijzen, die van de genoemde voedingsstoffen de hoeveelheden bevat, die voor het onderhoud en de groei van het lichaam noodzakelijk zijn en daarom moeten mens en dier dan ook verschillende soorten voedsel gebruiken. Het voedsel van onze parkieten moet dus ook bestaan uit een mengsel van verschillende soorten voedsel, die samen alle noodzakelijke voedingsstoffen en in de juiste hoeveelheden bevatten. De moeilijkheid daarbij is, u rekening heeft te houden met de wensen van vele soorten vogels. U moet aan zaadeters en aan vruchten‑ of insecteneters een menu kunnen verschaffen, dat rekening houdt met hun behoefte aan de verschillende voedingsstoffen en het is daarom van belang, dat u iets van deze voedselstoffen in het algemeen en van vogelvoeders in het bijzonder weet.

Koolhydraten

Koolhydraten doen in het lichaam vooral dienst als energiebron en zijn een van de belangrijkste brandstoffen in onze parkieten voeders. Koolhydraten zijn chemische verbindingen van koolstof, water­stof en zuurstof. Een van de bekendste is de vrij eenvoudig samengestelde glucose (C6H1206) die door de fotosynthese in planten ontstaat. De plantaardige koolhydraten worden in de plant opgebouwd, waarbij ze gebruik maken van de zonne-energie. Koolhydraten komen voor in de vorm van suiker en zetmeel en we vinden ze in deze vorm terug in het voedsel dat onze vogels eten. Denk maar eens aan het „nootzoet raapzaad" dat z'n naam dankt aan de suikers die het bevat. Het zetmeel uit de zaden wordt niet rechtstreeks door het lichaam opgenomen, omdat het eerst moet worden afgebroken tot kleinere moleculen. Dit gebeurd door het enzymen uit het speeksel en de afscheidingsproducten van de alvleesklier. Het afgebroken zetmeel wordt in de dunne darm in het bloed opgenomen en vandaar naar de weefsels gevoerd, waar het de verbranding in stand houdt en zo voor warmte en energie zorgt. Een teveel aan koolhydraten in de vorm van suiker wordt opgeslagen in de lever en van daaruit wordt het getransporteerd naar die plaatsen van het lichaam waar erom wordt gevraagd. Een teveel aan zetmeel kan ertoe bijdragen, dat er zich teveel vet vormt en dat zal vooral geschieden, als het lichaam door een geringer verbruik van koolhydraten een teveel van deze stoffen krijgt. Om een goed gebruik van de koolhydraten te bevorderen is het daarom gewenst, dat de vogels veel beweging krijgen. Vandaar dat de vogelliefhebber zijn vogels bij voorkeur moet onderbrengen in ruime kooien en volières om ze in staat te stellen om door veel beweging tot een royaal verbruik van koolhydraten te komen. Ook de cellulose, de voornaamste bouwstof van planten en de chitine van dierlijke celwanden, waarvan o.a. de huid van de insecten is opgebouwd, is uit zetmeel gevormd, maar het wordt tijdens de spijsvertering maar zeer moeilijk afgebroken. Het verlaat na de spijsvertering het vogellichaam dan ook vrijwel onveranderd. Het voedsel dat we aan onze vogels voorzetten, moet dus koolhydraten bevatten omdat de verbranding tot op grote hoogte van deze koolhydraten afhankelijk is. Nu zijn deze koolhydraten rijkelijk in het vogelvoedsel aanwezig, in de zaden en vruchten, in het groenvoer en in het dierlijk voedsel.

In het hoofdstuk Ingrediënten van de basis zaadmengsels kunt u voor de belangrijkste zaden de percentages koolhydraten vinden.

Eiwitten

Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk al opgemerkt mag van de noodzakelijke voedingsstoffen geen enkele stof ontbreken. Van deze stoffen is het eiwit het belangrijkste voor de bouw en instandhouding van het lichaam en de voorziening van warmte en energie. Eiwit vormt het voornaamste bestanddeel van het vogelei; het moet aanwezig zijn in het voedsel van de jonge vogel en gedurende het hele leven heeft de vogel dagelijks een hoeveel­heid eiwit nodig. Het is noodzakelijk voor de spieren, de longen, het bloed, de veren en de huid. Met uitzondering van de beenderen is er geen deel van de vogel dat niet van eiwit af­hankelijk is. EIWITGEBREK IS EEN VAN DE VOORNAAMSTE OORZAKEN VAN DE STERFTE VAN PARKIETEN IN ONZE VOLIÈRES. Het is een gevolg van een ondeskundige en onjuiste voeding. Men neemt aan, dat ongeveer twaalf procent van het voedsel van een volwassen vogel uit eiwit dient te bestaan en dat de behoefte aan eiwit bij jonge vogels nog groter is.

Chemisch bestaan eiwitten uit verbindingen van koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof. Eiwitmoleculen die uit deze vier elementen zijn opgebouwd bevinden zich in min of meer grote aantallen in het voedsel van mens en dier en we vinden ze in alle zaden en andere voedingsstoffen die we aan onze volièrevogels plegen voor te zetten. Eiwitten zijn het zuiverst aanwezig in het wit van het ei, dat uit zuiver eiwit plus water bestaat. Alle eiwitstoffen zijn opgebouwd uit zgn. aminozuren en tij­dens de spijsvertering worden de eiwitmoleculen door de enzymen o.a. pepsine weer in deze aminozuren veranderd. Deze aminozuren belanden in het bloed en ze kunnen daaruit overal waar het lichaam eiwitten nodig heeft, weer in eiwitten worden omgezet. Van die aminozuren zijn er vier en twintig, maar gelukkig hebben onze vogels deze aminozuren niet allemaal nodig, maar kunnen ze met een tiental volstaan en hebben ze bovendien het vermogen om bepaalde noodzakelijke aminozuren uit de niet noodzakelijke te maken.

Uit de wetenschap dat het ei voor een groot gedeelte uit eiwitten bestaat en dat voor de opbouw van het vogellichaam eiwitten nodig zijn, kunnen we concluderen dat er in de legtijd en in de jeugd van de vogel een nog grotere behoefte aan eiwit bestaat dan normaal al het geval is. Nu is het zogenaamde dierlijke eiwit het gemakkelijkst opneembaar, juist omdat het is opgebouwd uit de amino­zuren die het dier nodig heeft. De vogel weet dat als het ware onbewust en we zien dan ook, dat vele zaadetende vogels in de broedtijd overschakelen op een menu, dat meer dierlijke eiwitten bevat. Voor de vogel is het op­nemen van dierlijke eiwitten in de broedtijd zo urgent, dat ze in vele gevallen geen kans zien, zonder deze eiwit­ten hun jongen groot te brengen. Gelukkig voor de zaadetende vogels bevatten ook allerlei zaden eiwitten en de pure zaadeters zien wel kans om de nodige aminozuren daaruit te halen.

In het hoofdstuk Ingrediënten van de basis zaadmengsels kunt u voor de belangrijkste zaden de percentages eiwitten vinden. Hoewel de meest gebruikte zaden ogenschijnlijk voldoende eiwitten bezitten is een opmerking hierbij op zijn plaats. Op de eerste plaats is de eiwitvoorziening door middel van het plantaardige eiwit uit deze zaden eenzijdig, omdat het niet alle noodzakelijke aminozuren bevat. Daarom is een aanvulling met andere soorten en vooral met dierlijk eiwit gewenst en daarom geeft een verstandige vogelliefhebber zijn vogels ook groenvoer en dierlijk eiwit in de vorm van ei of eivoer, meelwormen, miereneitjes enz. Insecten en vruchteneters, die een ander spijsverteringsstelsel hebben, zijn nog veel meer op dit dierlijk eiwit aangewezen, omdat hun spijsverteringsorganen geen kans zien, uit een menu van zaden alleen de nodige aminozuren te verkrijgen.

Vetten

Tot op zekere hoogte vervullen vetten dezelfde taak als de koolhydraten. Ze zijn dus de leveranciers van de brandstoffen of liever gezegd, het zijn de brandstoffen die warmte en energie leveren aan het vogellichaam. Daarnaast hebben vetten nog een belangrijke taak; ze zijn de dragers van de vitaminen A en D en van het vruchtbaarheids­vitamine E. Afgezien daarvan heeft men zich wel eens afgevraagd of vetten noodzakelijk zijn of niet. Ze hebben de dubbele verbrandingswaarde van koolhydraten en ze zouden dus door een dubbele hoeveelheid koolhydraten vervangen kunnen worden. Toch zouden we de vetten echter niet graag missen. Ze leveren immers warmte en energie in een meer geconcentreerde vorm en het vet vormt een beschermend laagje onder de huid en rondom de belangrijke organen. Vetten hebben vooral in de winter nog een ander voordeel. De vertering van vetten geschiedt namelijk langzamer dan die van de koolhydraten; vogels hebben voor de vertering van het vet ruim tweemaal zoveel tijd nodig. In de lange winternachten is het dus goed, dat een vogel over vet beschikt, omdat hij er langer mee toe kan. Dit is de reden dat ik zelf 's winters wat extra vethoudende zaden, zoals zonnebloempitten en negerzaad door mijn zaadmengsel doe.

In het hoofdstuk Ingrediënten van de basis zaadmengsels kunt u voor de belangrijkste zaden de percentages vetten vinden.

Vitaminen

Met de vitaminen is de vogelliefhebber thans wel vertrouwd. We weten dat vitaminen organische stoffen zijn die verschillen van de tot nu toe genoemde eiwitten, koolhydraten en vetten. Ze komen in kleine hoeveelheden in de verschillende voedingsmiddelen voor en ze hebben voor het organisme een grote betekenis, omdat het ontbreken ervan de groei en andere belangrijke functies van het organisme kan beletten of vertragen. Bekend mag worden verondersteld, dat het ontbreken van bepaalde vitaminen in het voedsel aanleiding geeft tot het ontstaan van ziekten als pellagra, scheurbuik, nachtblindheid, rachitis en beriberi bij mens en dier.

Men weet ook, dat na de ontdekking van het eerste vitamine vitamine A genoemd een respectabele rij andere vitaminen zijn gevolgd. De belangrijkste zijn de vitaminen A, B, C, D en E waarvan het vitamine B uit een hele groep vitaminen bestaat. Vitamine A is noodzakelijk voor de groei; het voorkomt nachtblindheid en het wordt o.a. aangetroffen in levertraan, groenten, melk, wortel enz. De B-groep bestaat uit een twaalftal vitaminen, waarvan de meeste worden aangetroffen in gist, lever, levertraan, melk, vlees en bruin brood. Vitaminen van de B-groep bevorderen de vertering van koolhydraten; ze bevorderen verder de groei en voorkomen pellagra en bloedarmoede. Vitamine C kan de vogel zelf produceren. Het wordt voorts aangetroffen in verse groenten en fruit. Vitamine C verhoogt de weerstand en het is nood­zakelijk voor een vlotte genezing van wonden.Vitamine D wordt onder invloed van het zonlicht in het vogellichaam gevormd. Het wordt bovendien aangetroffen in levertraan en melk en het is noodzakelijk voor een gezonde ontwikkeling van het beenderstelsel, omdat calcium alleen met behulp van het vitamine D in de bloedbaan kan worden opgenomen. Het vruchtbaarheidsvitamine E, dat in kiemende zaden, vooral tarwekiemen, wordt aangetroffen, bevordert de vruchtbaarheid.

De rol die vitaminen in het vogellichaam spelen, is belangrijk. Men moet echter het belang van vitaminen niet overdrijven, door permanent in de vrees te leven, dat de vogels op de een of andere manier vitaminen tekort komen. Een uitgebreid menu van verse zaden, levend voedsel, halfrijpe onkruidzaden, vruchten, groenvoer en kiemende zaden bevat ongetwijfeld alle vitaminen die de vogel nodig heeft om een gezond leventje te leiden. Mocht er sprake zijn van een vitaminetekort, dan is dit met levertraan of met een van de tegenwoordig verkrijgbare geconcentreerde vitamine preparaten gemakkelijk en snel te verhelpen. Klik hier voor meer informatie over vitamine preparaten.

Mineralen

Mineralen hebben alle levende wezens nodig, planten zowel als dieren. De hoeveelheden zijn echter maar zeer klein. Desondanks spelen ze een gewichtige rol, omdat het ontbreken ervan de oorzaak kan zijn van storingen van het organisme, ziekte en dood. Bij dieren en dus ook bij vogels, speelt de kalk een voorname rol omdat het een hoofdbestanddeel van de beenderen is en omdat ook de eischaal geheel uit kalk bestaat. Naast kalk is er fosfor nodig, omdat de botten zijn opgebouwd uit calciumoxide en fosforoxide, stoffen die in het calciumfosfaat te vinden zijn.

U dient als vogelliefhebber uw vogels het gehele jaar door calciumfosfaat ter beschikking stellen. U kunt dit het beste doen, door verschillende soorten kalk, grit, ei­schalen en sepia door elkaar te mengen, omdat u dan niet alleen zeker is van een goede kalkvoorziening, maar ook omdat u dan tevens andere mineralen verstrekt, die zich in deze stoffen bevinden. Mineralen als ijzer, kalium en magnesium die in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn, vinden we in allerlei soorten groenvoer, zaden en dierlijk voedsel. Mineralen komen dus voor in het gebruikelijke vogelvoedsel en wanneer dit voedsel bestaat uit een mengsel van zaden en daarnaast groenvoer, dierlijk voedsel en grit wordt verstrekt, behoeft u zich over deze mineralen niet veel zorgen te maken.

Water

Het zal niet nodig zijn hier te wijzen op de noodzaak van vers drinkwater. Het vogellichaam is immers voor een groot gedeelte uit water opgebouwd; zo bestaan de spieren voor ongeveer 75 procent uit water. Water is bovendien noodzakelijk voor de uitscheiding en voor het ei. Drinkwater moet daarom steeds ter beschikking staan van de vogels en natuurlijk moet dit drinkwater op geregelde tijden, dagelijks of nog vaker, worden ververst. Onzuiver drinkwater kan de bron vormen voor vele ziekten en ingewandsstoringen. Het kan de besmettingsbron vormen van ziekte voor gezonde vogels. Het drinkbakje moet bij voorkeur van glas of porselein zijn, omdat het dan gemakkelijk kan worden gereinigd en het moet zo zijn geconstrueerd en geplaatst, dat de kans op verontreiniging zo klein mogelijk is. Vooral in de winter moet men erop letten, dat er drinkwater aanwezig is; bij vriesweer moet men enkele malen daags voor vers drinkwater zorgen.

Het gewone kraanwater bevat, zeker in de steden, fluor tegen tandsteen bij de mens en soms ook chloor als ontsmettingsmiddel. Schadelijke invloed hiervan op vogels is nooit officieel vastgesteld en waarschijnlijk ook nog nooit serieus onderzocht. Bekend is echter, dat het gewone kraanwater voor aquarium­vissen schadelijk en zelfs dodelijk is. Men kan nu wel op­merken, dat water voor een vis nog iets anders betekent dan voor een vogel, maar daarmee is nog niet bewezen, dat kraan­water met fluor of chloor persé onschadelijk is voor kooi­vogels. Het is daarom aan te bevelen aan vogels in het algemeen en aan jonge nestvlieders in het bijzonder, bronwater of regen­water te geven. Het laatste kan men opvangen in een regen­ton of een andere vergaarbak en het dan voor het gebruik nog zuiveren door het door een dicht geweven doek te filtreren.