| Grote alexanderparkiet |
|
|
Engels: Alexandrine parrot of Alexandrine parakeet , Duits: Alexandersittich, Latijn: Psittacula eupatria INLEIDING De grote alexanderparkiet, is zoals zijn naam al aangeeft, een grote (zo niet de grootste) en forse parkiet. De grote alexanderparkiet behoort tot dezelfde familie als de veel bekendere halsbandparkiet. De soort kent 5 ondersoorten te weten de eupatria (nominaatvorm), nipalinesis, magnirostris, avensis en de siamensis. Alleen de eupatria en de nipalinesis komen voor zover bekend voor in de Nederlandse avicultuur. Helaas zijn beide ondersoorten regelmatig gekruist om vogels van een groter formaat te krijgen. De laatst genoemde ondersoort is zo'n 4 cm groter als de nominaatvorm (eupatria). Zoals zich laat raden is de naam van de grote alexanderparkiet afgeleid van Alexander de Grote, die volgens de verhalen de eerste grote alexanderparkieten heeft late exporteren vanuit Punjab naar verschillende Europese landen. Het is één van de eerste parkietensoorten die in gevangenschap werden gehouden op het Europese vaste land. De Latijnse naam eupatria betekent zoveel als 'nobel vaderland' of 'van nobele afkomst' (eu = nobel of goed, patria = vaderland of afkomst).
Figuur 1: Een prachtige foto van 4 mannelijke grote alexanderparkieten op een rij. UITERLIJK EN GESLACHTSONDERSCHEID De meest gangbare ondersoort van de grote alexanderparkiet (de eupatria) meet ongeveer 58 cm in lengte met een spanwijdte van 19 tot 22 cm. Doordat, zoals in de inleiding reeds vermeld, de nominaat vorm regelmatig gekruist wordt met de nipalinesis ondersoort die ongeveer 62 cm meet, zijn veel grote alexanders in onze avicultuur iets groter dan de genoemde 58 cm. De staart kan tot wel 35 cm lang zijn. In grote lijnen verschillen de man en de pop m.u.v. van de zwarte halsband en de roze nekband niet veel van elkaar. De pop heeft een i.p.v. een diep zwarte een vage dof grijze nekband. Daar waar de man een opvallende roze nekband heeft ontbreekt deze volledig bij de pop.
Figuur 2: Op bovenstaande foto zijn de opvallende en onderscheidende zwarte nek- en roze halsband van de man duidelijk te zien. De nek van de pop is helder lichtgroen. Het voorhoofd, de wangen en de achterkop zijn bij beide sexen helderl lichgroen met een iets blauw/grijze waas op de wangen en achterkop. De kleuren van de pop zijn over het algemeen iets valerda die van de man. De hals en borst zijn bij beide sexen groen met een lichte grijze waas, de buik is egaal lichtgroen. De forse snavel kent een dieprode bovensnavel met een lichte punt en een iets lichter rode ondersnavel en is voorzien van een bleke snavelrand. Beide sexen hebben een opvallend donkerrode schoudervlek en een vale grijze streep van de ogen tot aan de bovenkant van de snavel (teugelstreep genoemd). Poten en nagels zijn grijs.
Figuur 3: Op bovenstaande foto's is duidelijk het verschil te zien tussen de man (links) en de pop (rechts), met dank aan Martien Strijdveen. De middelste staartveren van de pop zijn wat korter dan die van de man. De mannen hebben daarnaast een iets grotere en plattere kop. Beide geslachten zijn zoals u in bovenstaande beschrijving hebt kunnen lezen dus goed van elkaar te onderscheiden. Jonge mannen lijken echter op de pop en bezitten de halsband nog niet. Het duurt ongeveer twee jaar voordat de jonge mannen hun mannelijke verenkleed beginnen te ontwikkelen. Na drie jaar zijn de mannen pas volledig op kleur.
Figuur 4: Op bovenstaande foto van een mooi koppel grote alexanders, is wederom duidelijk het verschil te zien tussen de man (links) en de pop (rechts).
HET LEEFGEBIED IN HET WILD Het natuurlijk verspreidingsgebied van de grote alexanderparkiet bevindt zich het Zuid-Oost Azië en dan met name in India, Sri Lanka (de aantallen nemen in Sri Lanka sterk af en hij is hier inmiddels vrij zeldzaam geworden), Afghanistan, het Westen van Pakistan en de Andaman eilanden (hier vaak waargenomen in grote groepen). Over het algemeen kan gesteld worden dat de grote alexanderparkiet bijna nergens meer talrijk is. Figuur 5: Natuurlijk verspreidingsgebied van de grote alexanderparkiet en zijn ondersoorten. Hun voorkeur gaat uit naar een landschap met veel bebossing, kokosnoot plantages en parken en tuinen met veel bomen. Tegen zonsondergang trekken de vogels vaak in grote groepen naar hun slaapplaatsen. Bij zonsopgang verlaten de vogels in kleinere groepen onder luid gekrijs hun slaapplaatsen om hun fourageerplaatsen op te zoeken. Hierbij vliegen ze vaak hoog en in formatie. Omdat het snelle vliegers zijn kunnen ze hierbij vaak grote afstanden afleggen.
Figuur 6: Een paar prachtige foto's van grote alexanders in hun mooie soepele snelle vlucht. Tijdens mijn zoektocht naar informatie over de grote alexanderparkiet kwam ik op internet de volgende leuke video's tegen van een paar grote alexanders in hun natuurlijke leefomgeving: video1, video 2, video 3. Net als de halsbandparkiet komt ook de grote alexanderparkiet op diverse plaatsen in Europa in het wild voor. Zo ook in Nederland. Lees hier meer over de populatie en waarnemingen in Nederland.
HET BROEDPROCES IN HET WILD In hun natuurlijk leefgebied loopt het broedseizoen van de grote alexanderparkiet van december tot april. Ze zoeken hun nestgelegenheid in allerlei beschikbare holtes in muren, onder daken en in holle bomen. Vaak wordt gebruik gemaakt van reeds bestaande holen van spechten maar ook maken ze zelf wel holen in bomen van relatief zacht hout. Het komt regelmatig voor dat meerdere koppels in één boom nestelen. Gewoonlijk legt de pop tussen de 2 en 4 eieren die gedurende ongeveer 28 dagen worden bebroed. De jongen verlaten het nest na ongeveer 7 weken.
Figuur 7: Een paar prachtige foto's grote alexanderparkieten bij hun nestgelegenheid. DE GROTE ALEXANDERPARKIET IN ONZE VOLIÈRES Huisvesting Hoewel grote alexanderparkieten sterke vogels zijn die over het algemeen goed tegen ons klimaat kunnen, is het wel noodzakelijk om de vogels in de winter, als het vriest, de beschikking te geven over een vorstvrij nachthok. Net als de andere Psittacula soorten hebben grote alexanders vleespoten waardoor de kans groot is dat deze bevriezen als ze 's nachts aan het gaas gaan hangen. Dit heeft onherroepelijk tot gevolg dat de tenen afsterven. Zorg er ook voor dat de zitstokken voldoende dik zijn, zodat de tenen bij het zitten goed afgedekt worden door het verenkleed. De volière dient een minimale afmeting te hebben van ca. 4 meter lang, 1 meter breed en 2 meter hoog, zodat ze een flinke afstand kunnen vliegen. Door hun enorme knaaglust is een houten volière niet aan te bevelen omdat deze binnen de kortste keren gesloopt zal worden. Beter is het om de volière van bijvoorbeeld aluminium te maken. Verder is het belangrijk om naast elkaar gelegen vluchten te voorzien van dubbel gaas of een gesloten (ondoorzichtige) afscheiding. Hiermee wordt voorkomen dat naast elkaar gehuisveste paren elkaar in de poten kunnen bijten.Gedrag Grote alexanderparkieten zijn om meerdere redenen niet de eenvoudigste parkieten om te houden. Vanwege hun onverdraagzaamheid jegens soortgenoten maar ook andere vogels, met name binnen maar ook buiten de broeperiode, dient de grote alexanderparkiet paarsgewijs gehouden te worden. Het zijn verder behoorlijk luidruchtige vogels die niet echt geschikt zijn voor een woonwijk met soms (over)gevoelige buren. Vanwege hun enorme knaaglust moeten ze steeds kunnen beschikken over verse wilgen- of fruitboom takken. Zitstokken houden het vaak niet lang uit en moeten daarom regelmatig vervangen worden. Ook is zoals gezegd een houten volière niet geschikt omdat deze binnen de kortste keren gesloopt zal worden. Leuk is wel dat grote alexanderparkieten erg vertrouwelijk met hun verzorger(s) kunnen worden. Ook zijn het zeer goede kunstenaars in het imiteren. Mede hierdoor worden grote alexanderparkieten ook veelvuldig als tamme huisgenoot gehouden getuige de volgende paar leuke video's: video 1, video 2, video 3, video 4. Kweken in een volière Grote alexanderparkieten zijn pas op een leeftijd van 3 jaar geslachtsrijp. Het is, net als de halsbandparkiet, over het algemeen een vroege broeder. Enigszins afhankelijk van de weersomstandigheden worden de eerste eieren soms al vroeg in februari gelegd. Gezien het formaat van de grote alexanderparkiet hebben ze ook een vrij groot broedblok nodig. Een minimum afmeting van 30x30x60 cm is wel het minimum. Liever hebben ze nog een iets dieper blok tot een lengte van wel 100 cm. Het invlieggat moet ongeveer een diameter hebben van 9 cm. Omdat grote alexanderparkieten hun broedblok ook gebruiken als slaapplaats kan het blok het gehele jaar in de volière blijven hangen of staan (blokken van dit formaat zijn vaak erg zwaar en kunnen niet aan het gaas worden opgehangen, zelf zet ik dit soort zware en grote blokken altijd op een afgezaagde boomstam van ongeveer een meter hoogte). Om beschadigde eieren en jongen te voorkomen is het noodzakelijk om aan de binnenkant van het blok, onder het invlieggat, een 'klimrekje' te bevestigen. Zelf maak ik deze altijd van een strook volière gaas van ongeveer 10 cm breed dat ik tot op 15 cm van de bodem laat lopen. Als nestmateriaal kan een dikke laag van ongeveer 5 cm van een mengsel van vochtige onbemeste potgrond, houtkrullen en houtsnippers worden gebruikt. Ook kan een stuk rottend hout in de nestkast worden gelegd dat de pop zelf helemaal tot pulp kan knagen. De pop legt meestal 2 tot 4 eieren die om de dag gelegd worden. De broedduur bedraagt ongeveer 28 dagen. Wanneer de jongen ongeveer 12 dagen oud zijn moeten ze worden geringd met sterke stalen voetringen met een diameter van 8 mm. Na ongeveer 7 weken verlaten de jongen het nest waarna ze nog een dikke 2 weken door de ouders worden gevoerd.
Figuur 8: Een prachtige foto serie die de groei van jonge grote alexanderparkieten mooi laat zien (met dank aan Martien Strijdveen). Voeding Als basis voeding volstaat een goed zaadmengsel voor grote parkieten. Het basis zaadmengsel dient elke dag aangevuld te worden met een mengsel van geweekt kiemzaad en eivoer/universeelvoer (één op één). De verhouding tussen het basis zaadmengsel en het geweekte kiemzaad/eivoer/universeelvoermengsel moet ongeveer één op één zijn. Uiteraard dient er, ondanks dat het feit dat grote alexanderparkieten relatief weinig drinken, iedere dag vers water ter beschikking te staan. Voor de vereiste mineralen en goede spijsvertering dient er altijd schoon grit en maagkiezel tot hun beschikking staat. Om de keus wat groter te maken hangt er ook altijd een stuk sepia en een mineraalblok in mijn volières. Uiteraard dient er tevens regelmatig fruit en groenvoer verstrekt te worden. Zoals bij alle parkieten geldt uiteraard dat afwisseling en hygiëne een vereiste zijn voor mooie gezonde vogels. Voor meer informatie over een compleet en gezond parkieten menu verwijs ik u naar het artikel De voeding van onze parkieten. MUTATIES Net als bij de halsbandparkiet zijn er van de grote alexander parkiet diverse kleur mutaties bekend waaronder de lutino. de albino en de blauwe. Een uitgebreide beschrijving van de standaard eisen waaraan zowel de wildkleur als de mutaties volgens de richtlijnen van NBVV dienen te voldoen, vindt u hier. Op het moment van publiceren van dit artikel heb ik nog geen foto's kunnen vinden van deze mutaties. Ik ben momenteel druk op zoek naar kwekers die mij hiervan kunnen voorzien. BRONVERMELDING - www.vogelproblemen.nl, een prachtige website van de heer Adri van Kooten |

















