| Halsbandparkiet |
|
Engels: Ringneck Parrot, Ringneck Parakeet, Rose-ringed Parakeet, Duits: Halsbandsittich INLEIDING De halsbandparkiet, of Psittacula Krameri, zoals zijn wetenschappelijke naam luidt, behoort tot de groep van edelparkieten. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. De totale lengte is circa 42 cm. Hij heeft een heel opvallende, luide lokroep. Er bestaan 4 ondersoorten die voornamelijk in lengte van de bek en van het lichaam verschillen.
Figuur 1: Een koppel halsbanden bij hun nestgelegenheid, (Links) - de pop kruipt het nesthol in, (Rechts) - de man zit op de uitkijk. UITERLIJK EN GESLACHTSONDERSCHEID De wildkleur van de halsbandparkiet is overwegend groen van kleur met een blauw/groene staart. Verder heeft hij een rode snavel en zijn de irissen van de ogen geel gekleurd. Ongeveer op een leeftijd van 3 jaar krijgen de mannen hun kenmerkende zwarte met wit en roze afgezette halsband. De naam halsbandparkiet is hiermee direct verklaard. Man en pop zijn door deze halsband goed te onderscheiden. Jonge mannen lijken echter op de pop en bezitten de halsband nog niet. Over het algemeen zijn de vogels op een leeftijd van 3 jaar geslachtsrijp. Toch komt het ook regelmatig voor dat vogels van 2 jaar oud al jongen groot brengen. Op onderstaande foto's is goed het verschil te zien tussen de man en de pop.
Figuur 2: (Links) - man en pop wildkleur halsbandparkiet, (Rechts) - de pop heeft geen zwart met roze halsband.
HET LEEFGEBIED IN HET WILD De twee oorspronkelijke leefgebieden liggen in India en in Afrika ten noorden van de evenaar. Hiermee wordt dan tevens duidelijk waarom er spraken is van een tweetal hoofdsoorten de Indiase en de Afrikaanse halsbandparkiet. De Indiase halsband parkiet vind ziin oorsprong in Ceylon en komt momenteel vrij veelvuldig voor in India, Tibet, Nepal en een groot aantal eilanden in deze regio. De Afrikaanse halsbandparkiet wordt aangetroffen van west Afrika tot aan het zuiden van Soedan.
Figuur 3: Natuurlijk leefgebied van de halsbandparkiet. De halsbandparkiet komt voor in loofbossen en lichte secundaire jungle, maar ook in tuinen, boomgaarden en gecultiveerde gebieden in de buurt van menselijke nederzettingen. Ze vermijden bergen, woestijnen, wetlands en dichte bossen. De parkieten worden normaal in kleine groepen van een 10 à 15 vogels waargenomen, maar bij de gemeenschappelijke slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een grote hoeveelheid voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels.
Figuur4 : Prachtige foto van een halsband in zijn elegante (vaak krijsende) vlucht. Voorkomen in Nederland en Europa Zijn wereldwijde populariteit als kooivogel heeft ervoor gezorgd dat de halsbandparkiet op verschillende plaatsen verwilderde populaties heeft kunnen vormen, door het ontsnappen uit volières of door opzettelijke vrijlating. De Halsbandparkiet is de meest algemene, verwilderde papegaaiachtige in Nederland en ook in Europa. Halsbandparkieten zijn waargenomen in 35 landen op alle continenten, Antarctica uitgezonderd. In Europa bevinden de grootste populaties zich in zuidwest-Engeland (10 000 vogels), België (7000 vogels), Nederland (5400 vogels) en Duitsland (5400 vogels). Via de volgende video links kunt u een aantal leuke video's bekijken van in het wild levende halsbandparkieten in Engeland: video 1 (Coldfall Wood, Londen), video 2 (Manchester), video 3 (Richmond Park, Londen). Hij komt in Nederland voornamelijk voor in het stedelijk gebied. Met name in de Randstad, waarbij Amsterdam en Den Haag de twee hot spots vormen. Dit gebied werd gekoloniseerd door vogels die ontsnapt waren uit gevangenschap. In 1968 broedden er voor het eerst halsbandparkieten "in het wild" in Nederland. Sindsdien zijn de aantallen aanzienlijk gestegen: waren er in 1968 misschien enkele tientallen vrij vliegende halsbandparkieten, nu zijn dat er enkele duizenden. In de zomer lijkt deze exoot zichzelf prima te redden en wordt er een breed scala aan voedselbronnen aangeboord. Dan kunnen de vogels ook in de buitengebieden worden aangetroffen. In de winter zijn ze echter meer beperkt tot de grote steden, waar ze dan volop gebruik maken van voedertafels. Onderstaand de resultaten van een onderzoek van SOVON naar de verspreiding van de halsbandparkiet in Nederland.
Figuur 5: Verdeling van de halsbandpopulatie in Nederland. Tijdens mijn zoektocht naar informatie op het internet kwam ik een paar leuke video's tegen van de wildpopulatie van halsbandparkieten in het Vondelpark (klik hier om de video's te bekijken: video 1 en video 2) en in Den Haag (klik hier om de video te bekijken video 3).
HET BROEDPROCES IN HET WILD Halsbandparkieten zijn, nest als de meeste andere parkieten, holenbroeders. Zij maken die holen niet zelf maar zijn voor hun broedplaatsen aangewezen op verlaten spechtenholten en andere holten in bomen. Maar ook spleten en gaten in rotsen of muren worden veelvuldig gebruikt als nestgelegenheid. Vaak wordt er gebroed in kleine kolonies Figuur 6: (Links) - man en pop bij hun nestgelegenheid, (Rechts) - de man voert zijn jongen die op het punt staan om uit te vliegen. Ik heb veel prachtige foto's van halsbanden bij hun nesten gevonden tijdens mijn zoektocht naar informatie op internet. Een paar van de mooiste foto's wil ik u niet onthouden.
Figuur 7: Een aantal prachtige foto's van halsbandparkieten bij hun nestgelegenheden. DE HALSBANDPARKIET IN ONZE VOLIERES
Huisvesting Halsbandparkieten zijn zeer sterke vogels die prima tegen ons klimaat kunnen. Wel is het erg belangrijk dat de vogels in de winter, als het vriest, kunnen beschikken over een vorstvrij nachthok.
Figuur 8: Omdat mijn halsbanden alleen bij extreem koud weer gebruik maken van hun nachtverblijf heb ik slechts een klein nachtverblijf gemaakt (1 x 1 x 2m). Hier mijn blauwe halsband pop in vlucht in het binnenverblijf. Omdat ze vleespoten hebben is de kans groot dat deze bevriezen als ze s’ nachts aan het gaas gaan hangen. Als dit het geval is zullen de tenen uiteindelijk afsterven, hetgeen erg verminkend voor de vogel is. Mijn ervaring is dat ze zelfs bij vrieskou gewoon buiten blijven zitten. Vanwege het bovengenoemde gevaar van bevriezing van de poten, jaag ik mijn halsbanden bij zeer koude nachten altijd hun nachthok in. Zorg er verder ook voor dat de zitstokken voldoende dik zijn, zodat de tenen bij het zitten goed afgedekt worden door het verenkleed. De vlucht van de volière dient een afmeting te hebben van ca. 3 meter lang, 1 meter breed en 2 meter hoog. Omdat halsbanden graag vliegen is het goed om de stokken zover mogelijk uit elkaar te plaatsen, zodat ze meters kunnen maken in vlucht. Door hun enorme knaaglust is een houten volière niet aan te bevelen. Beter is het om de volière van bijvoorbeeld aluminium te maken. Om ervoor te zorgen dat ze toch aan hun knaagbehoefte kunnen voldoen is het noodzaak vaak verse wilgentakken of takken van fruitbomen te geven. Verder is het belangrijk om naast elkaar gelegen vluchten te voorzien van dubbel gaas. Hiermee wordt voorkomen dat naast elkaar gehuisveste paren elkaar in de poten kunnen bijten.
Figuur 9: Mijn gele halsbanden zitten in een buiten volière van 3 x 1 x 2 meter. Het is verstandig om eerst even met uw buren te overleggen wanneer u halsbanden in uw tuin wilt gaan houden. Halsbanden kunnen zeer luidruchtig zijn hetgeen niet door iedereen even wordt gewaardeerd. Gedrag Hoewel ik mensen ken die meerdere koppels halsbanden in 1 volière houden, en zelfs mensen die een koppel halsbanden houden in een gemengde volière met andere soorten grote parkieten, is mijn ervaring dat ze behoorlijk onverdraagzaam zijn naar elkaar en naar andere vogels. Het verdient dan ook de voorkeur om ze per koppel in een volière te houden. Verder zijn het zoals gezegd grote knager en soms behoorlijke schreeuwers. Een koppel vormt vaak een paar voor het leven wanneer we ze bij elkaar laten zitten. Kweken in een voliere Halsbandparkieten beginnen meestal al vroeg met het broedproces. Vaak zijn in januari al paringen waar te nemen tussen de vogels. Toch is het af te raden om dan al broedblokken te verstrekken. Beter is het om dit proces wat te rekken en de blokken niet eerder te geven dan in maart (afhankelijk van het weer!!). Ik weet dit uit eigen ervaring. Bij mijn eerste poging tot kweek in 2006 had ik het nestblok in februari in de volière gehangen. In maart 2006 had de winter echter nog een venijnige staart en zat de pop te broeden bij een temperatuur van -15oC. Het spreekt voor zich dat dit geen succes is geworden. Hoewel het broeden wonder boven wonder wel goed ging bleken de jongen te zwak om zich uit het ei te bevrijden. Figuur 10: Laat uw halsbanden niet te vroeg beginnen met broeden. Dit voorkomt teleurstellingen zoals hierboven. Aan het gedrag en het uiterlijk van de vogels is vaak goed te zien dat ze broedlustig worden. De snavel kleurt namelijk dieper rood wanneer de hormonen beginnen op te spelen. Nestblokken met een afmeting van 25x25x60 cm. voldoen over het algemeen goed. Het invlieggat dient een diameter te hebben van ca. 7 cm. Om de vogels te helpen bij het in- en uit gaan van het blok is het aan te raden de binnenzijde van het blok onder het invlieggat te voorzien van een strookje gaas en of krammen. Als nestmateriaal kan een mengsel van (vochtig) onbemeste potgrond en houtkrullen worden gegeven (ca. 4 – 5 cm dik). Mijn voorkeur gaat uit naar natuurbroedblokken.
Figuur 11: Mijn eigen koppel lutino halsbanden begint al vroeg in het jaar te broeden. Mijn voorkeur gaat er naar uit om het broedblok buiten te plaatsen. De pop legt meestal 3 tot 5 eieren die om de dag worden gelegd. Na een broedduur van ca. 24 dagen worden de (kale) jongen geboren. Op een leeftijd van ongeveer 8 -10 dagen moeten de jongen worden geringd met een 6,5 millimeter geharde voetring. Op een leeftijd van 7 weken vliegen ze uit waarna ze nog 2 tot 3 weken door de ouders worden (bij)gevoerd). Meerdere legsels zijn mogelijk.
Figuur 12: (Boven) - een koppel halsbanden in hun broedblok met pas uitgekomen jongen, (Links onder) - pas uitgekomen jong, (Rechts onder) - een paar dagen oud. Voeding Halsbandparkieten zijn niet kieskeurig in hun hun voeding en eten bijna alles. Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, bloemen en nectar, maar eigenlijk is de halsbandparkiet, zoals gezegd, een omnivoor. Zoals uit onderstaande foto's blijkt.
Figuur 13: Halsbanden zijn echte alles eters. Behalve echte alles eters zijn het ook slordige eters. Ze hebben er een handje van om na een paar happen van bijvoorbeeld een stuk fruit en mais weer door te vliegen naar het volgende stuk voedsel. Als basis voer krijgen mijn halsbanden een zaadmengsel voor grote parkieten van Teurlings. Dagelijks aangevuld met een stuk fruit, groenvoer, eivoer en kiemzaad. Uiteraard dienen altijd verse water en en bron van mineralen ter beschikking te staan. Een bos verse takken vinden ze ook geweldig. Binnen de kortste keren hebben ze de gehele bos weggesnoeid. In het artikel De voeding van onze parkieten vindt u zeer uitgebreide informatie over een juiste voeding voor onze parkieten. MUTATIES Hoewel ik zelf van de mijn meeste parkieten het liefst met de wildkleur kweek, heb ik alleen nog maar mutatie halsbanden gehad (uitgezonderd mijn eerste koppel halsbanden toen ik 18 was). De eerste 4 foto's zijn van mijn eigen halsbanden. Bij de halsbandparkiet kennen we door de grote hoeveelheid mutaties inmiddels al meer dan honderd kleurslagen. Deze grote variëteit aan kleurslagen is mogelijk door de vele combinaties van mutaties die in één en dezelfde vogel zijn te kweken. Jammer genoeg betekent dit ook dat in onze volière cultuur nauwelijks nog zuiver verevende vogels zijn te vinden.
Figuur 14: Mijn eigen mutatie halsbanden, (Boven) - koppel lichtblauw, (Onder) - koppel lutino Zonder in detail in te gaan op de mutatie kweek wil ik u een aantal foto's van prachtige kleurmutaties niet onthouden (foto's afkomstig van www.edelsittich-freunde.de).
Figuur 15: Een aantal zeer spectaculaire kleur mutaties van de halsbandparkiet. BRONVERMELDING - http://www.indianringneck.com/ |
||||||||||






















