| Roodvleugelparkiet - De roodvleugelparkiet inze volieres |
|
Pagina 5 van 7 DE ROODVLEUGELPARKIET IN ONZE VOLIÈRES Huisvesting Roodvleugelparkieten komen het best tot hun recht in een wat langere volière, een lengte van zo'n 5 meter is eigenlijk wel het minimum. In hun vlucht komt hun ware pracht pas echt goed tot zijn recht. Omdat de poten van roodvleugelparkieten zeer gevoelig zijn voor vorst, dienen zijn behalve over een ruime volière tevens te kunnen beschikken over een vorstvrij nachthok.
Figuur 9: In de vlucht komt de ware pracht van de roodvleugelparkiet pas echt tot zijn recht (foto's afkomstig van www.die-wueppings.de). Om de een of andere reden kunnen roodvleugelparkieten zeer slecht overweg met koningsparkieten en de verschillende rosella soorten. Het is dan ook verstandig deze soorten niet in vluchten naast roodrugparkieten te plaatsen. De heftige ruzies kunnen in dat geval zelfs door het gaas worden uitgevochten hetgeen de rust in uw volières en laat staan de kweekresultaten uiteraard niet ten goede komt. Gedrag Zoals eerder gemeld zijn roodvleugelparkieten van nature erg schuw. Hoewel in mindere mate, zijn de vogels ook in gevangenschap redelijk schuw en schrikachtig. Verder zijn het rustige vogels die zeker niet tot de grote knagers en slopers behoren. Ze zullen uw volière en zitstokken over het algemeen met rust laten. Buiten de broedperiode zijn ze nauwelijks agressief en kunnen zelf met andere niet agressieve parkietensoorten worden gehouden. Tijdens de broedperiode wil dit gedrag nog wel eens veranderen en zijn ze iets minder vredelievend en is het beter om ze paarsgewijs te huisvesten. Vooral de mannen worden dan luidruchtiger en willen dan ook nog wel eens agressief worden tegenover de pop en andere vogels. Indien ze bang of opgewonden zijn kunnen ze een serie harde, schelle schreeuwen produceren. Kweken in een volière De eerste kweekresultaten in gevangenschap worden halverwege de jaren 1870-1880 gemeld vanuit Duitsland en Nederland. In de jaren daarna werden vrijwel uit geheel Europa tevens succesvolle kweekresultaten gemeld. Omdat roodvleugels in de natuur in diepe nestholen broeden is het ook in gevangenschap belangrijk een grote en diepe nestkast aan te bieden. Een rechtop staand natuurbroedblok met een diepte van 1,5 to 2 meter en een inwendige doorsnede van 25 tot 30 cm is het meest geschikt. Het invlieggat dient een doorsnede te hebben van 9 tot 10 cm. Om te voorkomen dat de pop de eieren en jongen beschadigd bij het betreden van het nestblok is het belangrijk dat er van ca. 20 cm van de onderkant tot vlak onder het invlieggat een klimgelegenheid wordt aangebracht. Zelf span ik altijd een stuk opbollend volièregaas langs de binnenkant. Normaal gesproken wordt er slechts één legsel grootgebracht, maar soms volgt er ook een tweede legsel. Roodvleugel parkieten zijn broedrijp op een leeftijd van 2 jaar. In ons klimaat worden roodvleugelparkieten meestal begin maart broeds. De man zal rond die tijd de gewillige pop proberen te verleiden. Om de pop te imponeren laat de man zijn balts zien, hij laat hierbij zijn stuit en hogere rug zien, trekt zijn lichaamsbevedering strak en stapt vervolgens met enkele statige stappen op de pop af. De nestkasten kunnen dan ook rond deze tijd in de volière worden gehangen. Het is, net als bij andere parkieten, verstandig om meerdere broedblokken aan te bieden zodat de pop de meest geschikte kan kiezen. Als nestmateriaal kan zoals gewoonlijk gebruik worden gemaakt van vermolmd en rottend hout, houtspaanders en of zaagsel welke vermengd wordt met potgrond of turf (let er wel op dat de potgrond die u gebruikt onbemest is).
Figuur 10: Jonge roodvleugelparkieten van ongeveer 3 weken oud.
Figuur 11: Jonge roodvleugelparkieten van ongeveer 4 weken oud.
Er worden om de dag 3 tot 6 eieren gelegd die alleen door de pop, gedurende ongeveer 21 dagen, worden bebroed. Tijdens de broedperiode verlaat de pop het nest slechts tweemaal per dag, 's morgens vroeg en laat inde middag om zich te ontlasten en om zich te laten voeren door man. Het voeren van de jongen is, zolang de jongen nog in de nestkast zitten, uitsluitend een taak van de pop. De jongen dienen tussen de 8ste en de 10de dag te worden geringd met ringen van 6,5 mm doorsnede. De man begint pas te helpen met voeren wanneer de jongen het nest hebben verlaten. De jongen worden nog zo'n twee tot drie weken door de ouders gevoerd wanneer zij het nest hebben verlaten.
Voeding
Een zaadmengsel voor grote parkieten aangevuld met fruit, groente, eivoer en andere lekkernijen volstaat voor de roodvleugelparkiet. Zoals bij alle parkieten geldt uiteraard dat afwisseling en hygiëne een vereiste zijn voor mooie gezonde vogels. Voor meer informatie over een compleet en gezond parkieten menu verwijs ik u naar het artikel De voeding van onze parkieten. |
||||||||||







